Projectenbank

Projectenoverzicht

 
 

Project: Vroegsignalering en -interventie bij allochtone kinderen en jongeren

Thema's:
Jeugdzorg, Gedrag en Maatschappij
Doorlooptijd:
van 1 november 2008 tot 1 november 2010
Aanleiding
In de jeugdhulpverlening en jeugd-GGZ is het moeilijk tot een goede 'behandeling van zorgwekkende zorgmijders te komen. Het betreft vooral de groep (jonge) allochtone kinderen en jeugdigen (kinderen en jeugdigen uit niet-westerse culturen). De noodkreet vanuit het veld spitst zich vooral toe op de vragen: Hoe zijn zorgwekkende zorgmijders, vooral kinderen en jeugdigen uit niet-westerse culturen, in een vroeg stadium te signaleren en te bereiken? En: Hoe zinvol en effectief is de Korte Interventie Methode (KIM)? Deze methode is gericht op zorgmijdende gezinssystemen, waarvan tenminste een van de kinderen gedragsproblemen vertoont. Zowel de Mutsaersstichting als Tender zijn al enige tijd zeer actief op het gebied van interculturele hulpverlening. Daarbij gaat veelaandacht uit naar preventie, Vroegsignalering en -interventie. De Mutsaersstichting werkt daarbij nauw samen met De Zonnewijzer. De ervaringen worden uitgewisseld en zo mogelijk gedeeld. Vanuit deze samenwerking is het idee gegroeid om samen met FHP projectmatig antwoorden te zoeken op de vragen die bij de medewerkers leven, de ervaringen te objectiveren en tenslotte de kennis en ervaringen met anderen te delen.

Doelstelling
Het consortium heeft twee doelstellingen. Enerzijds wil ze de kennis die aanwezig is bij de professionals in de (residentiele) instellingen met betrekking tot Vroegsignalering en contactlegging expliciet maken, delen met professionals in de preventieve zorg, door de ontwikkeling van richtlijnen. Anderzijds wil ze de Korte Interventie Methode die op dit moment succesvol wordt toegepast binnen de zorginstellingen overdraagbaar en herhaalbaar maken, verantwoorden en op effect!viteit toetsen. De jeugdzorginstellingen Mutsaersstichting en Tender investeren zelf in de eerste stap, het beschrijven van de methode, en wil in het project zoals beschreven in dit voorstel de vervolgstappen (theoretische onderbouwing en effectevaluatie) zetten.

Resultaat
Om de kennis te delen worden kenniswerkplaatsen georganiseerd. Dit zijn bijeenkomsten van professionals waarin ze aan de hand van een, door het projectteam ontwikkeld, (gespreks)protocol hun impliciete kennis expliciet kunnen maken en ervaringen kunnen delen. Als de richtlijnen ontwikkeld zijn worden deze geïmplementeerd en geëvalueerd binnen ongeveer 10 verschillende zorginstellingen in de preventieve zorg. Het NJi zal een rol spelen in de begeleiding van de richtlijn naar de databank Instrumenten, Richtlijnen en Kwaliteitsstandaarden (www.NJi.nl, 2008). Voor de (door)ontwikkeling van KIM naar niveau 2 (theoretische onderbouwing). gaan 20 professionals vanuit de zorginstellingen een bijdrage leveren.Het NJi ondersteunt dit proces van de verantwoording van de methodiek. Tijdens de afronding van deze fase schrijven de projectleiders/onderzoekers van FHP in samenwerking met een orthopedagoog een voorstel voor de effectevaluatie en bereiden ze de dataverzameling voor. De betrokkenheid van het NJi borgt de kwaliteitseisen vanuit de databank Effectieve interventies. Na afronding van het praktijkgericht onderzoek worden de resultaten aangeboden bij de Erkenningscommissie Effectieve Jeugdinterventies, een onafhankelijk, landelijke commissie die zal beoordelen of de interventie wordt opgenomen in de databank.


10. Moreel Competent, Gereformeerde Hogeschool

Aanleiding
De aanleiding voor het innovatieprogramma Moreel Competent is de behoefte onder docenten in het voortgezet onderwijs aan kennis en instrumenten om gestalte te geven aan de morele vorming van leerlingen in het derde en vierde jaar van VMBO en HAVO/VWO. Veranderingen die zich voordoen in de leefwereld van leerlingen stellen docenten voor de uitdaging en de opgave om enerzijds de aansluiting te vinden tussen deze leefwereld en het schoolleven, en anderzijds op een adequate wijze gestalte te geven aan de morele vorming van leerlingen. De problematiek spitst zich toe op de wijze waarop leerlingen zich gedragen op school en functioneren in schoolgerelateerde maatschappelijke en beroepsgerichte stages.

Doelstelling
Het programma 'Moreel Competent' komt aan de vragen van docenten tegemoet door op basis van onderzoek kennis te ontwikkelen over de moraliteit van leerlingen, kenniscirculatie en gezamenlijke reflectie te bewerkstelligen onder docenten en instrumenten te ontwerpen die de docenten handvatten bieden om vorm te geven aan de morele vorming van de leerling. Het programma bestaat uit vijf deelprojecten. Het eerste deelproject behelst een onderzoek naar moraliteit in de leefwereld van jongeren in relatie tot hun functioneren in en rond de school. Het tweede deelproject is een onderzoek onder docenten en middenmanagement van scholen naar behoeftes, idealen en verwachtingen met betrekking tot morele vorming. In het derde deelproject worden docenten in zogenaamde socratische gesprekken uitgedaagd om te reflecteren op het eigen morele handelen.

Resultaat
Het vierde deelproject richt zich op het ontwikkelen van een handreiking voor docenten, en van een drietal katernen die ingezet kunnen worden in het onderwijs. Het vijfde deelproject behelst de ontwikkeling van een training morele vorming die landelijk aangeboden wordt aan vo-docenten (niet te subsidiëren).

Consortiumleden