Authentieke Vanille uit de kas

DossierRAAK.MKB04.005
StatusAfgerond
Startdatum1 september 2016
Einddatum16 oktober 2020
RegelingRAAK-mkb
Thema's
  • Landbouw, Natuur en Milieu
  • Agri & Food

“Authentieke Vanille uit de kas” richt zich op het ontwikkelen van producten en praktische richtlijnen voor glastelers voor een hogere opbrengst van in de kas geteelde Vanillepeulen uit gezonde planten met meer Vanille en een authentieke geur en smaak. Het hiervoor benodigde onderzoek staat onder leiding van het lectoraat Biodiversiteit en Generade, het Center of Expertise Genomics van Hogeschool Leiden. In het project participeren kennisinstellingen, MKB-bedrijven uit de tuinbouw en bedrijven met expertise in chemie, bodemverbetering en genomics. Het project bestaat uit vier deelonderzoeken:

  1. Het bestuivingsonderzoek richt zich op ontwikkeling van een instrument voor optimale overdracht van pollen in Vanillebloemen.
  2. Een inventarisatie van het microbioom in Vanilleplanten en -peulen in het wild uit het regenwoud in Costa Rica, plantages op Reunion en Nederlandse kassen zal meer inzicht geven in de correlatie tussen de samenstelling van deze microben en het Vanillegehalte van de peulen en hun lokale geur en smaak. De inventarisatie zal gedaan worden met Next Generation DNA metabarcoding van markers ontwikkeld voor schimmels en bacterieen.
  3. Daarnaast richt het onderzoek zich op de fermentatie van de Vanillepeul. Er zal worden onderzocht welke combinatie van microben leidt tot productie van een zo hoog mogelijk gehalte aan precursors van Vanille in groene peulen en een authentieke geur en smaak. Dit wordt gedaan met een combinatie van experimenteel teeltonderzoek en chemische analyses.
  4. Momenteel wordt aantasting door schimmels en virussen in de kas met de hand verwijderd. Deze behandeling is kostbaar maar voor biologische teelt de enige optie. Een vierde pijler van het onderzoek zal daarom gericht zijn op de verbetering van het substraat. Met behulp van experimenteel onderzoek zal worden nagegaan welke mix aan microben in het substraat nodig is voor bescherming tegen aantasting door kwaadaardige schimmels.

Eindrapportage

“Authentieke Vanille uit de kas” richtte zich op het ontwikkelen van producten en praktische richtlijnen voor glastelers voor een hogere opbrengst van in de kas geteelde Vanillepeulen uit gezonde planten met meer Vanille en een authentieke geur en smaak. Het hiervoor benodigde onderzoek stond onder leiding van het lectoraat Biodiversiteit en werd ondersteund door het Leiden Centre for Applied Bioscience (LCAB, voorheen Generade), het Center of Expertise Genomics van Hogeschool Leiden. In het project participeerden kennisinstellingen, MKB-bedrijven uit de tuinbouw en bedrijven met expertise in chemie, bodemverbetering en genomics. Het project bestond uit vier deelonderzoeken, waarvan de resultaten als volgt kunnen worden samengevat:
1. Bestuiving van Vanilla planifolia bloemen is alleen mogelijk door handmatig aanbrengen van pollen op de stempel. Deze handeling vergt enige oefening en het bloeiseizoen is maar kort. Bestuivingen aan het begin van het bloeiseizoen mislukken daarom vaak. Met een door de Leidse instrumentmakers School ontwikkeld apparaatje kunnen telers beter zien waar het pollen terecht komt. Door vooraf te oefenen op een i.s.m. Lencon ontwikkeld 3D model van een Vanille bloem neemt het aantal succesvolle bestuivingen nog verder toe.
2. Microbiomen van bodem-, stam- en luchtworteltopjes van V. planifolia en V. x tahitense planten zijn verzameld in Nederlandse kassen en regenwoud in Costa Rica. Bacterieel- en schimmel-DNA uit het oppervlak en het binnenste van deze wortels is door Baseclear afgelezen met Next Generation sequencing voor identificatie. Het microbioom van planten uit het regenwoud bleek diverser dan uit kassen. In bodemwortels van Vanille planten leven meer verschillende bacterieën en schimmels dan in lucht- en stamwortels.
3. Chemische analyses van peulen geteeld onder glas en uit plantages uitgevoerd door ExPlant Technologies toonden aan dat het gehalte van 14 inhoudsstoffen, waaronder de precursors van vanilline, net als geur en smaak van Vanille peulen, sterk variëren tussen locaties en soorten. Het vanilline gehalte van onder glas geteelde Vanille is voldoende hoog maar een authentieke geur en smaak ontbreken nog.
4. Voor substraatverbetering zijn enkele van de in het tweede deelonderzoek gevonden microben, beschikbaar in het assortiment van Plant Health Cure en het Westerdijk instituut, eerst in het LCAB- lab opgekweekt en vervolgens toegevoegd aan potaarde met V. planifolia planten bij WUR Bleiswijk. De helft van deze planten is vervolgens geïnoculeerd met de pathogene schimmel Fusarium oxysporum f.s. vanillae. Planten opgekweekt met experimenteel verrijkt microbioom werden minder snel of helemaal niet ziek. Alle planten zonder experimenteel verrijkt microbioom overleefden het experiment niet.

Contactinformatie

Hogeschool Leiden

Helma Kaptein, contactpersoon

Consortiumpartners

bij aanvang project