Beter biologisch: verschillen in diergezondheid en bedrijfsvoeringen van biologische leghennenhouderijen.
| Dossier | KIEM.GROEN.03.048 |
|---|---|
| Status | Initieel |
| Subsidie | € 39.844 |
| Startdatum | 1 januari 2026 |
| Einddatum | 31 december 2026 |
| Regeling | KIEM 2021-2025 Groene practoraten |
| Thema's |
|
Tijdens werkbezoeken aan de Biologische Pluimveehouders Vereniging (BPV), een biologische pluimveehouder maatschap van den Top-Vaarkamp, het Kossegat Agro B.V., Verbeek's Boerderij, het Biohuis, de Coöperatie Biomeerwaarde Ei, Breinprojecten, het Poultry Expertise Center in Barneveld en tijdens internationale veldbezoeken kwamen belangrijke vragen naar voren over de gezondheid van biologische leghennen. Sinds de invoering van 100% biologisch voer en het verbod op synthetische middelen, zoals coccidiostatica en ontwormingsmiddelen, maken pluimveehouders zich zorgen over de gezondheid en weerbaarheid van hun koppels.
De BPV, die 140 van de 175 biologische pluimveehouders in Nederland vertegenwoordigt, signaleert grote verschillen in bedrijfsresultaten. Waar het ene bedrijf vitale en productieve koppels heeft, ervaart een ander juist hoge uitval, matige verenconditie of een hoge inzet van natuurlijke middelen. Deze verschillen leiden tot de centrale praktijkvraag: wat maakt het verschil? Deze vraag komt rechtstreeks uit het werkveld van pluimveehouders, adviseurs en brancheorganisaties en vormt de aanleiding voor dit praktijkgericht onderzoek. Studenten van het mbo en hbo onderzoeken samen, met bedrijven, welke managementkeuzes bijdragen aan gezonde biologische leghennen. De resultaten moeten leiden tot overdraagbare inzichten voor een robuustere bedrijfsvoering. Een belangrijke ontwikkeling is dat onze studenten hun samenwerking en onderzoekend vermogen verder ontwikkelen.
Als innovatieve uitbreiding wordt deels tijdens, maar vooral na afloop van dit onderzoek, een pilot voorbereid met dubbeldoelrassen op Aeres Farms. Deze robuuste kippen zijn geschikt voor de biologische houderij. De hanen – die normaal als reststroom worden afgevoerd – worden lokaal opgefokt en vermarkt. Daarmee wordt niet alleen gewerkt aan diergezondheid, maar ook aan circulaire landbouw, nieuwe verdienmodellen en korte ketens. Deze pilot zal in een vervolgproject worden geïmplementeerd. Zowel mbo als hbo studenten worden betrokken bij deze pilot, die wij in 2026 hopen te starten in de Poultry Innovation Lab en op Aeres Farms in Dronten.
Contactinformatie
Sara Albone, contactpersoon
Consortiumpartners
bij aanvang project- 't Kossegat agro B.V.
- Aeres Hogeschool Dronten
- Biologische Pluimveehouders Vereniging
- Brein projecten
- Coöperatieve Vereniging Biomeerwaarde Ei U.A.
- Mts. van den Top - Vaarkamp
- Verbeek's Boerderij
Netwerkleden
bij aanvang project- Biohuis