Fieldlab Circulaire meststoffen
| Dossier | PVG.DZ22.06.004 |
|---|---|
| Status | Lopend |
| Subsidie | € 520.881 |
| Startdatum | 1 maart 2023 |
| Einddatum | 30 november 2025 |
| Regeling | PVG Thematische calls 2022 |
| Thema's |
|
Door de jaren heen heeft Nederland een grote intensieve veestapel verkregen. Hierdoor is er al decennia lang sprake van een fors volume aan mestoverschot, vanwege steeds stringentere wetgeving in de gebruikmaking van de mineralen in mest in de land- en tuinbouw. Daardoor worden meststoffen veelal getransporteerd naar het buitenland. Duurzame verwerking van het Nederlandse mestoverschot tot inpasbare marktconforme mineralen en organische stoffen bieden daarom een lonkend perspectief voor het stimuleren van circulaire land- en tuinbouw, met aansluiting op de contouren van het toekomstige mestbeleid. Echter, het gebruik van circulaire meststoffen in de Nederlandse land- en tuinbouw is nu nog beperkt. Primaire producenten beschikken over beperkte kennis, informatie en kansrijke voorbeelden. Tegelijkertijd zijn mestverwerkingsinitiatieven vaak aanbod gedreven geweest voor afzet in het buitenland, met als gevolg dat de verkregen eindproducten niet goed aansluiten op de wensen en eisen van de Nederlandse land- en tuinbouw. Dit project is er daarom op gericht om het gebruik van circulaire meststoffen en organische stoffen in de praktijk te stimuleren via praktijkonderzoek en kennisverspreiding.
De centrale vraagstelling van dit project luidt: Welke bemestingsproducten, afkomstig van dierlijke mest en andere organische reststromen zijn waardevol voor de akkerbouwer of tuinder en hoe kan het gebruik hiervan in deze sectoren gestimuleerd worden? Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de duurzame ontwikkeling van toekomstbestendige kringlooplandbouw, door het mestoverschot beter te verwerken en de eindproducten gebieds- of sector-specifiek af te zetten aansluitend op de praktijkeisen.
Het project wordt uitgevoerd door een consortium van vier hogescholen, kennispartijen en bedrijven. Activiteiten zijn gericht op praktische toepassing van circulaire meststoffen in de huidige praktijk of nabije toekomst, en het ontwikkelen van duurzame en veerkrachtige handelingsperspectieven voor agrariërs. Het delen van kennis over optimale toepassing van circulaire meststoffen in open en bedekte teelten is daarom een centraal onderdeel van het project.
Eindrapportage
Om de klimaatdoelstellingen van Nederland en de EU te realiseren is naast de energie- en materiaaltransitie ook een eiwittransitie essentieel, hieronder wordt een grootschalige omschakeling van dierlijke naar plantaardige eiwitproductie verstaan. In Nederland zijn dit vaak peulvruchten, zoals veldbonen en lupine. Om deze eiwittransitie te kunnen volbrengen is het noodzakelijk om niet alleen te kijken naar de benutting van het plantaardig eiwit zelf, maar ook naar de verwaarding van de reststromen die vrijkomen in het productieproces. Alleen door meervoudige verwaarding van peulvruchten is de omschakeling van dierlijke naar plantaardige eiwitproductie financieel haalbaar en circulair te verantwoorden. Vandaar richtte het project “Eiwit v Columbus” zich op de verwaarding van de reststromen die vrijkomen bij de teelt en verwerking van eiwittijke gewassen die in Nederland geteeld worden. Het uiteindelijke doel is om met een grotere kans van verwaarding van de reststromen, een beter verdienmodel te realiseren van de productie van peulvruchten in Nederland. Het project werd uitgevoerd door een consortium van twee Hogescholen, een MBO-opleiding, een zestal MKB-bedrijven allen actief in de eiwitketen of verwerking van reststromen, aangevuld met een brancheorganisatie.
In overleg met de deelnemende bedrijven en de brancheorganisatie is de focus in het project gelegd op twee peulvruchten die kansrijk geacht worden voor Nederland, te weten veldboon en lupine. De reststromen komen met name van de verwerking van lupine tot plantaardige eiwitvervangers, en de verwerking van veldboon tot eiwitisolaat. Vanuit elke proces zijn de toepassingsmogelijkheden van verschillende droge en natte reststromen onderzocht , en zijn er uitgebreidere samenstellingsanalyse gedaan. De deelname aan dit project heeft voor de bedrijven waardevolle inzichten opgeleverd in de mogelijkheden en beperkingen van het toepassen van plantaardige eiwitten en reststromen binnen cosmetische producten, aromatische oliën, alternatieve koolstofbronnen voor fermentatieprocessen, farmacologische actieve stoffen, en toepassing van aminozuren in nutritionele producten.
Contactinformatie
Rob Bakker, contactpersoon
Consortiumpartners
bij aanvang project- Aeres Hogeschool
- AgriFood Capital B.V.
- Bioclear earth B.V.
- deBaai
- Delphy B.V.
- Hogeschool Inholland
- HoSt Biogas B.V.
- Joost Knijff Agro B.V.
- Maatschap Van der Bos-Weidenaar
- Stichting Biosintrum
- Stichting Innovatie Glastuinbouw
- Stichting Nederlands Centrum voor Mestverwaarding
- Van der Knaap Diensten B.V.
- Van Hall Larenstein University of Applied Sciences
Netwerkleden
bij aanvang project- Circular Values B.V.
- EcoLaNa
- Greenport West-Holland
- Koppert B.V.
- Lentiz Onderwijsgroep
- Stichting Greenport Aalsmeer
- Stichting Vertify
- Wageningen University & Research
- Yuverta