Groen-blauwe landschapselementen met maximale waarde voor de biodiversiteit.

DossierPVG.DZ25.12.004
StatusInitieel
Subsidie€ 508.413
Startdatum1 februari 2026
Einddatum31 januari 2028
RegelingPVG Thematische calls 2025
Thema's
  • Energietransitie en duurzaamheid
  • Sleuteltechnologieën en duurzame materialen
  • Agri & Food
  • Agro en Food
  • Plant
  • Natuur en Leefomgeving
  • Landbouw, Water, Voedsel 24-27

Sinds de jaren ’50 zijn in Nederland veel lijnvormige landschapselementen, zoals houtwallen en perceelsgrenzen, verdwenen door schaalvergroting en intensivering van de landbouw. Hierdoor is niet alleen de herkenbaarheid en veerkracht van het landschap afgenomen, maar ook de biodiversiteit, bodem- en waterkwaliteit verslechterd (Baltensperger, 1987; Bos et al., 2023; Holden et al., 2019; Rackham, 2020; Baudry et al., 2000). Het terugbrengen van deze groene en blauwe landschapselementen kan deze functies herstellen, maar succes hangt sterk af van de bereidheid van boeren om ze aan te leggen en van de kwaliteit van de elementen zelf. Onderzoeken van WUR en HAS Green Academy laten zien dat boeren hier wisselend tegenover staan: prioriteit gaat vaak uit naar landbouwproductie, en de bestaande incentives worden onvoldoende ervaren. Bovendien draagt aanleg alleen bij aan biodiversiteit als ecologische kwaliteit, zoals inheemse soorten, lengte en samenhang, wordt gegarandeerd. Beleidsmakers missen randvoorwaarden en een monitoringstool om dit beleidsmatig goed in te regelen.
Onderzoeksvraag: Hoe kunnen maatschappelijke randvoorwaarden zo worden vormgegeven dat grondeigenaren duurzaam gemotiveerd blijven om groene en blauwe landschapselementen aan te leggen en te onderhouden, zodat deze elementen een maximale bijdrage leveren aan de biodiversiteit en landschapskwaliteit?
Ons onderzoek gebruikt het sociaal-ecologisch model om ecologische en maatschappelijke aspecten te verbinden en vindt plaats in drie landschapscontexten: Noord-Brabant (zandlandschap), Flevoland (jong zeekleilandschap) en Friesland (oud zeekleilandschap). Via vier werkpakketten onderzoeken we: (WP1) ecologische kwaliteitscriteria van landschapselementen, (WP2) maatschappelijke en sociaal-culturele barrières en oplossingen, (WP3) integratie van ecologische kwaliteit met maatschappelijke wensen, en (WP4) kennisoverdracht naar praktijk en onderwijs. Samen met overheden en agrariërs ontwikkelen we een praktisch toepasbaar eindproduct, waarmee onderbouwde keuzes kunnen worden gemaakt voor aanleg en beheer. Zo versterken we biodiversiteit, landschapskwaliteit en de betrokkenheid van boeren op een duurzame manier.

Contactinformatie

Consortiumpartners

bij aanvang project