Leren van spel. Nieuwsgierigheid, zelfsturing en leren bij jonge kinderen in rijke spelsituaties

DossierRAAK.PUB03.017
StatusAfgerond
Startdatum1 februari 2017
Einddatum31 januari 2019
RegelingRAAK-publiek
Thema's
  • Onderwijs
  • Geen

In het funderend onderwijs wordt de basis gelegd voor de kennissamenleving. Het is belangrijk dat kinderen van jongs af aan leren zichzelf aan te sturen wanneer ze leerzame activiteiten ondernemen. In de kinderopvang, vve en onderbouw basisonderwijs wordt veel aandacht besteed aan de ontwikkeling van zelfsturing ('executieve functies') bij jonge kinderen en is spel een belangrijke activiteit. Maar onderzoek wijs uit dat de cognitieve ontwikkeling tegenvalt. In veldonderzoek articuleren professionals grote handelingsverlegenheid om de nieuwsgierigheid van kinderen en hun spel te gebruiken voor de cognitieve ontwikkeling in directe samenhang met de ontwikkeling van de executieve functies. Vanaf groep 3 basisschool, wanneer het accent verschuift van 'spel' naar 'leren', ligt de aansturing grotendeels in handen van de leerkracht en ervaren kinderen geen noodzaak meer te plannen of het gedrag te reguleren. Hierdoor betrekken kinderen hun nieuwsgierigheid en exploratiedrang niet meer op leertaken. Deze ongewenste verschoolsing lijkt zich door te zetten naar de kleuters en de peuters. In dit project willen de onderzoekspartners onder leiding van het lectoraat Leiderschap in Onderwijs en Opvoeding van Windesheim inzichten en tools ontwikkelen om deze handelingsverlegenheid weg te nemen door samen met professionals in opvang en basisonderwijs rijke spelsituaties te ontwerpen en te onderzoeken, die een beroep doen op specifieke executieve functies en waar expliciet aandacht is voor leren, met name wat betreft taalontwikkeling, aanvankelijk rekenen en het beter begrijpen van de wereld van wetenschap en technologie. Het project richt zich op professionals die kinderen begeleiden in de leeftijd van 3 tot 7 jaar. Hierbij is aandacht voor de belangrijke overgangen van peuter- naar kleutergroep en van de kleuters naar groep 3. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een consortium van vier lectoraten van de hogescholen Windesheim, Saxion en Stenden in samenwerking met 16 locaties voor kinderopvang en basisonderwijs in Flevoland, Drenthe, Friesland en Overijssel

Eindrapportage

Het RAAK-Publiek project ‘Leren van spel’ richt zich op professionals die werken met kinderen in de
leeftijd van 3 tot 7 jaar in kinderopvang en basisschool. Voor jonge kinderen is spel een belangrijke
manier om de wereld te leren kennen, te begrijpen en uiteindelijk volwaardig mee te kunnen doen. In
dit project richten we ons niet op alle vormen van spel, spelen en spelletjes, maar specifiek op
begeleid spel waarin aspecten van de echte wereld verkend en nagespeeld worden. Leerkrachten en
pedagogisch medewerkers vinden het lastig om belangrijke leerdoelen, zoals op het gebied van
zelfsturing en taal, te realiseren via begeleid spel. Veel professionals leunen op programmagestuurd
aanbod. Dit is echter gebaseerd op de gemiddelde ontwikkeling van jonge kinderen, houdt weinig
rekening met de grote spreiding in deze ontwikkeling, en geeft kinderen weinig ruimte om op de eigen
manier en snelheid te leren van directe ervaringen met de dingen en verschijnselen in de wereld.
Leerkrachtgeleide directe instructie met behulp van sterk voorgestructureerde taken is uitermate
effectief gebleken voor het aanleren van bepaalde basisvaardigheden, zoals technisch lezen en
toepassen van rekenalgoritmes. Deze aanpak wordt daarom gemakkelijk geassocieerd met het
‘echte leren’. Professionals wijzen echter ook op het risico van verschoolsing: kinderen zitten aan een
tafel en werken aan de hand van een boek, werkblad of tablet aan een taak. Dit sluit minder goed
aan bij de ontwikkelbehoefte van jonge kinderen. ‘Spel’ en met name vrij en onbegeleid spel wordt
dan ingezet als compensatie voor de behoeften van kinderen. Zeker is er ook de verwachting dat
kinderen iets leren van dit spel, maar wat dat is, blijft meestal impliciet, en ook ontwikkelen
professionals zo weinig ervaring en didactisch repertoire wat betreft ontwerpen, inrichten en
begeleiden van spel om specifieke ontwikkeldoelen na te streven.
Jonge kinderen die in hun spel de wereld verkennen kunnen in aanraking komen met velerlei
materiële verschijnselen, voorwerpen en processen. Ze kunnen verwonderd raken, zoeken naar
woorden om hun ervaringen te beschrijven, iets uitproberen, plannen maken, en problemen die zich
voordoen proberen op te lossen. Dit geeft mede richting aan de aard en inhoud van de doelen die
met ‘leren van spel’ nagestreefd kunnen worden. Er is een relatie te leggen met de ontwikkeling van
taalvaardigheid, met zelfsturing, en met leren in het domein van wetenschap en technologie, een
domein waar kinderen in Nederland niet erg goed op worden voorbereid door het funderend
onderwijs. Kinderen groeien op in een hoogtechnologische wereld, ze raken van jongs af aan in hun
leefwereld vertrouwd met allerlei scenario’s waarin ‘techniek’ belangrijk is, zoals de magnetron om
een flesje op te warmen, de thermometer die gebruikt wordt als je ziek bent, het klittenband om je
schoenen dicht te doen. Het domein is belangrijk voor het hier en nu maar ook voor hun toekomstige
participatie aan de maatschappij.