Meet- en merkbare indicatoren van regeneratieve praktijken: de ontwikkeling van een analyse-instrument voor gebruik in het MKB
| Dossier | MV.KIEM.01.161 |
|---|---|
| Status | Lopend |
| Subsidie | € 38.314 |
| Startdatum | 6 januari 2025 |
| Einddatum | 2 februari 2026 |
| Regeling | KIEM Maatschappelijk Verdienvermogen (MV) 2024-2026 |
| Thema's |
|
In dit voorstel richten we ons op het ontwikkelen van een analyse-instrument met kenmerken van regeneratieve business modellen en praktijken om zo ondernemers te helpen bij te dragen aan de transitie naar een nieuwe, regeneratieve economie.
Circulaire modellen zijn gericht op het verlengen van de levensduur of hergebruik van producten en materialen, waardoor nieuwe schade aan klimaat en biodiversiteit wordt voorkomen. Zij zijn niet per se gericht op herstel van al aangerichte schade, zoals het verstoorde ecosysteem en/of negatieve sociale impact, praktijken vanuit een regeneratief business model juist wel. Regeneratieve business modellen richten zich op herstel van de planeet en het sociale systeem. Ze leggen de nadruk op het beter achterlaten van de wereld dan ze nu is en gaan daarmee verder dan circulaire modellen. Wat dit precies betekent in de praktijk en hoe een regeneratief businessmodel er uitziet is echter nog beperkt onderzocht. Uit een verdere verkenning naar regeneratieve business modellen bleek dat er weinig voorbeelden zijn van bedrijven die volledig regeneratief zijn. Daarom richt dit project zich niet primair op de kenmerken van regeneratieve business modellen, maar vooral op regeneratieve praktijken, vanuit bedrijven en ondernemingen.
Uit het vraagarticulatieproces met experts en ondernemers blijkt dat de vooruitstrevende ondernemers graag willen laten zien wat zij al doen en met name op welke vlakken zij regeneratief zijn. Hiervoor moeten de indicatoren voor regeneratieve praktijk worden bepaald en een aanpak worden ontwikkeld om deze te meten of beschrijven.
Eindrapportage
Voor innovatie is financiering nodig, maar niet elke mkb-ondernemer verkrijgt die via banken. Door de onzekerheid rond het ontwikkelen en opschalen van nieuwe producten of diensten, zijn durfinvesteerders en crowdfunding vaak potentiële financieringsbronnen. Het meeste wetenschappelijke crowdfundingsonderzoek richt zich op wat tijdens de campagne gebeurt. Over de impact na de campagne is weinig bekend. Dit onderzoek richt zich op die periode en specifiek op de niet-monetaire impact op de ondernemer en diens onderneming.
Het doel van dit onderzoek is tweeledig: ondernemers inzicht geven in de potentie van crowdfunding als financieringsinstrument en crowdfundingplatforms helpen uitleggen welke opbrengsten hun dienstverlening kan bieden. Hiervoor zijn elf interviews van circa een uur uitgevoerd met ondernemers die een of meerdere lening- of aandelengebaseerde crowdfundingcampagnes hebben afgerond om financiering te krijgen voor producten en diensten variërend van sauna verhuur tot kaas en high-tech mobiele koeltechniek tot duurzame cosmetica. Opgehaalde bedragen varieerden van honderdduizend euro tot ruim twee miljoen per campagne.
De belangrijkste uitkomsten zijn dat ondernemers zes typen impact ervaren: doorontwikkeling van hun business model, de relatie met financiers, marketing en communicatie, ondernemerschapsvaardigheden, psychologische en emotionele impact. Het onderzoek bevestigt bestaande inzichten zoals productvalidatie, crowdfunding als marketinginstrument en campagnestress. Nieuwe inzichten zijn o.a. de blijvende impact van een ontwikkeld marketingnarratief, intensieve dialogen met investeerders via adviesraden en ambassadeurschap, gezondheidsimpact via campagnedruk en soms te directe contacten met investeerders, alsook grote verschillen in de mate waarin investeerders klant worden. Ook worden bestaande inzichten in maatschappelijke impact verrijkt: sommige ondernemers delen bewust aandelen met ‘de crowd’, als vorm van persoonlijke zingeving of om van hun bedrijf een beweging te maken.
De algemene uitkomst voor ondernemers en platforms is dat crowdfunding brede impact kan hebben, maar dat deze sterk afhankelijk is persoonlijkheid en voorkeuren van de ondernemer: het moet passen bij je karakter en bedrijfsvoering.
Contactinformatie
Hogeschool van Amsterdam
Linda Drupsteen, contactpersoon
Consortiumpartners
bij aanvang project- Bambulogic Europe B.V.
- De Volharding B.V.
- Ecosysteemboeren
- Vereniging de Ceuvel
- Wooncoöperatie De Warren