Melkveehouderij in veenweidegebieden met hogere grondwaterstanden
| Dossier | PVG.DZ22.06.006 |
|---|---|
| Status | Lopend |
| Subsidie | € 523.312 |
| Startdatum | 27 augustus 2023 |
| Einddatum | 26 februari 2026 |
| Regeling | PVG Thematische calls 2022 |
| Thema's |
|
In Nederlandse veenweidegebieden vindt voornamelijk melkveehouderij plaats. Door ontwatering van het veen ontstaat bodemdaling en komen broeikasgassen vrij. Vanuit het Klimaatakkoord is afgesproken dat in de veenweidegebieden emissies met 1 Mton CO2-equivalenten gereduceerd moeten worden in 2030. Om broeikasgasemissie en bodemdaling in veenweidegebieden af te remmen is een peilbeheer waarbij de bodemdaling automatisch wordt gevolgd door peilverlaging niet meer houdbaar. Gestreefd wordt naar gebiedsgerichte maatregelen die inpasbaar zijn met het huidige grondgebruik. Maar wat zijn de effecten van hogere waterpeilen voor het grondgebruik, zoals draagkracht van de bodem, beweiding, grasgroei, nutriëntenuitspoeling en dierengezondheid en wat zijn de financiële consequenties voor de melkveehouder? Maatregelen die de CO2 uitstoot door veenoxidatie en de bodemdaling moeten verminderen, waaronder hogere grondwaterstanden en infiltratie, kunnen effect hebben op het grondgebruik. Hogere grondwaterstanden op zich leiden tot een geringere veenoxidatie maar resulteren ook in verminderde draagkracht met als gevolg minder weidedagen, een lagere netto opbrengst en toename in leverbotinfectiedruk.
De centrale vraagstelling in dit project is: Hoe kan de melkveehouderij in veenweidegebieden door middel van aangepaste bedrijfsvoering en graslandmanagement (beweiding, voederwinning) op een economisch duurzame wijze inspelen op veranderende productieomstandigheden door maatregelen die veenoxidatie en bodemdaling tegengaan.
Uit dialogen en groepsgesprekken met belanghebbenden kwam eenduidig de behoefte naar voren aan ontsluiting van bestaande kennis over de impact van verhoogde grondwaterstanden voor melkveehouderij in veenweidegebieden. In dit projectvoorstel willen we perspectieven voor de melkveehouderij delen en verder ontwikkelen in de praktijk, met melkveehouders in veenweidegebieden en met Mbo- en Hbo- studenten: de toekomstige melkveehouders. Belangrijk voor deze transitie is dat melkveehouders weten hoe ze, afhankelijk van het veentype, met hun bedrijfsvoering moeten omgaan met hogere grondwaterstanden. Daarom zijn in dit project vier samenhangende werkpakketten gedefinieerd die bijdragen aan omgaan met verhoogde waterstanden: Kennis delen en verbinden; meten in praktijktuinen; doorrekenen effect voor bedrijfsvoering; bouwstenen voor de toekomst.
Eindrapportage
In Nederlandse veenweidegebieden leidt ontwatering voor melkveehouderij tot bodemdaling en uitstoot van broeikasgassen. Om de klimaatdoelen voor 2030 te halen, zijn hogere grondwaterstanden nodig, maar deze beïnvloeden de bedrijfsvoering door een lagere draagkracht van de bodem, minder beweidingsmogelijkheden, een lagere grasopbrengst en een hogere infectiedruk van leverbot. Dit project onderzocht hoe melkveehouders met aangepast water-, graslandmanagement en bedrijfsvoering economisch duurzaam kunnen inspelen op deze veranderende omstandigheden. Samen met melkveehouders en mbo- en hbo-studenten werden bestaande kennis ontsloten, praktijkervaringen verzameld, effecten doorgerekend en bouwstenen ontwikkeld voor toekomstbestendige melkveehouderij in veenweidegebieden.
In Werkpakket 1 werd bestaande kennis geïnventariseerd, aangevuld nieuw ontwikkelde kennis en praktijkervaringen en gedeeld met experts, melkveehouders, toekomstige melkveehouders in het beroepsonderwijs. Daarmee werd een start gemaakt voor een duurzame verbinding en positionering van het groene Hbo en Mbo in Veenweideprogramma’s en samenwerkingen met werkveld, wetenschap en overheid.
In Werkpakket 2 is met deelname aan bestaande proeftuinen en aanleg van nieuwe een basis gelegd voor praktijkleren en praktijkonderzoek aan het groene onderwijs, in samenwerking met waterschappen en wetenschap. Er zijn metingen en analyses uitgevoerd aan de dynamiek tussen vochthuishouding en draagkracht van de bodem, effecten van managementmaatregelen getoetst op grondwaterstanden, gewasopbrengst, voederwaarde en biodiversiteit bij een verhoging van het slootwaterpeil, en de dynamiek tussen vernatting en infectiedruk door leverbot.
In de Werkpakket 3 en 4 zijn de uitkomsten uit Werkpakketten 1 en 2 met aanvulling van kennis van buiten het project samengebracht en doorgerekend op potentie tot handelingsperspectief voor melkveehouders om de bedrijfsvoering duurzaam voort te zetten in de toekomstige situatie van verhoogd waterpeil met hogere grondwaterstanden.
Uitkomsten zijn o.a. handelingsperspectief voor toepassing van greppelinfiltratie en aanleg van kavelpaden ter ondersteuning van beweiding en graslandwerkzaamheden en handreikingen voor robotisering in de situatie van verhoogde waterpeilen.
Contactinformatie
Van Hall Larenstein University of Applied Sciences
Wiepk Voskamp - Harkema, contactpersoon
Consortiumpartners
bij aanvang project- Aeres Hogeschool
- Aeres VMBO + MBO
- Gezondheidsdienst voor Dieren B.V.
- Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden
- Hoogheemraadschap van Rijnland
- Mts. Rosengarten-Benschop
- Stichting Kenniscentrum Bodemdaling en Funderingen
- Stichting Veenweiden Innovatiecentrum
- Stichting Waternet
- V.O.F. "De Skans"
- Yuverta
Netwerkleden
bij aanvang project- Aeres Hogeschool
- HAS green academy
- Provincie Fryslân
- Stichting Wageningen Research
- Vrije Universiteit Amsterdam (VU)
- Wetterskip Fryslân