’t Hart in Context: Een maritiem-archeologische biografie van een West-Indiëvaarder en het Atlantische slavernijverleden van Nederland.
| Dossier | HBOPD.02.06.017 |
|---|---|
| Status | Initieel |
| Startdatum | 1 september 2026 |
| Einddatum | 28 februari 2029 |
| Regeling | Hbo-postdoc 2025-2030 |
De Nederlandse zeeën herbergen talrijke scheepswrakken die getuigen van het maritieme verleden, met een bijzondere concentratie op de rede van Texel, een ankerplaats in de Waddenzee. Deze postdocaanvraag richt zich op het wrak Burgzand Noord 4 (BZN4), recent geïdentificeerd als het in 1751 gezonken fregat ’t Hart. Sinds 1999 wordt het wrak archeologisch onderzocht, maar een identificatie bleef uit. Pas bij de analyse van merktekens op geborgen tonnen, uitgevoerd tijdens het promotieonderzoek van de kandidaat-postdoc, kon het schip herleid worden tot de Surinamevaarder ’t Hart en is daarmee het enige geïdentificeerde schip in de rede van Texel. Hierdoor kan dit wrak direct worden verbonden met historische bronnen, waardoor de handelsketen van producent tot gebruiker en de betrokken personen kunnen worden gereconstrueerd, wat BZN4 tot een bijzonder studieobject maakt.
Het tot nu toe uitgevoerde onderzoek naar het scheepswrak richtte zich vooral op de identificatie, maar leverde ook inzicht op in het verdere onderzoekspotentieel, dat aansluit bij actuele maatschappelijke thema’s. Het postdoconderzoek speelt in op de groeiende aandacht voor maritiem archeologisch erfgoed, gesteund door een motie van Tweede Kamerlid Beckerman (SP) en de financiële impuls van minister Bruins. Daarnaast biedt ’t Hart inzicht in het Nederlandse slavernijverleden. Het schip vervoerde suiker, cacao en koffie afkomstig van Surinaamse plantages, waaronder producten van de familie Du Plessis, een beruchte plantagehoudersfamilie die symbool staat voor de wreedheden tegen tot slaaf gemaakten.
Het voorgestelde onderzoek combineert archeologische gegevens en historische bronnen om de levensloop van ’t Hart en alle betrokkenen te reconstrueren. Hiermee wordt een uniek perspectief geboden op de handelsrelaties tussen Amsterdam en de Surinaamse plantage-economie. Daarnaast biedt het onderzoek studenten de mogelijkheid zich te specialiseren in maritiem erfgoed, een specialisatie die binnen Nederlandse archeologieopleidingen zeldzaam is.
Contactinformatie
Saxion
Lianne te Winkel, contactpersoon