Toekomstbestendig ondernemen - flexibel organiseren met behoud van vakmanschap

DossierRAAK.MKB04.015
StatusAfgerond
Startdatum1 september 2016
Einddatum2 juni 2020
RegelingRAAK-mkb
Thema's
  • Maakindustrie
  • Geen

Bedrijven moeten flexibel zijn om hun concurrentiepositie te behouden en te vergroten. Flexibel inzetbaar personeel vormt hierbij een essentiële factor. Ondernemers staan daarbij voor de uitdaging de juiste mix aan flexibiliteitsmaatregelen te kiezen, waarbij ze rekening moeten houden met uiteenlopende eisen van de markt, de arbeidsmarkt en het productieproces. Daarbij is het een extra uitdaging om ook rekening te houden met te verwachten effecten van deze mix aan flexibiliteitmaatregelen op korte én lange termijn. Zo kan de inzet van flexkrachten op korte termijn effectief zijn voor het opvangen van pieken in het werk, maar kan dat op lange termijn ten koste gaan van het vakmanschap van het personeel. Rekening houden met de lange termijn effecten is lastig omdat MKB-ondernemers vaak vooral focussen op de korte termijn en te weinig tijd hebben voor het uitwerken van een lange termijn personeelsstrategie. MKB ondernemers hebben behoefte aan praktisch toepasbare instrumenten en hulpmiddelen die hen helpen om onderbouwde keuzes te maken. De belangrijkste doelstelling van het project is daarom om MKB bedrijven te helpen de voor hun situatie meest geschikte mix van flexibiliteitmaatregelen te kiezen, rekening houdend met de veranderende behoefte en met effecten van flexibilisering op zowel korte als lange termijn.
Om dit doel te bereiken is het nodig de verschillende elementen (de MKB situatie, de mix van maatregelen en de te verwachten effecten) en hun onderlinge samenhang te onderzoeken. In dit project doen we dat met behulp van QCA-methodiek, geschikt om configuraties vast te stellen op basis van een beperkt aantal cases. In eerder onderzoek zijn de condities (zoals eisen van de markt, arbeidsmarkt, productieproces, organisatiestrategie) voor het kiezen van flexibiliteitsmaatregelen en de te verwachten effecten van maatregelen meestal los van elkaar onderzocht. Zo houdt het werk van Lepak & Snell (1999; 2002) bijvoorbeeld wel rekening met arbeidsmarkt en organisatiestrategie, maar niet met productieprocessen of fluctuaties op product/dienstmarkten. Zonder een integrale beschouwing van alle elementen en hoe deze met elkaar samenhangen, kan de MKB-ondernemer niet de juiste keuze maken. Daarom worden in dit project deze verschillende elementen in hun onderlinge samenhang onderzocht en staan twee onderzoeksvragen centraal:

  1. Wat zijn de voornaamste determinanten uit de praktijk van het MKB (markt, productieproces, arbeidsmarkt) die de mix van maatregelen bepalen?
  2. Wat zijn de verwachtte effecten van mix van flexibiliteitmaatregelen voor bedrijf en haar personeel op korte en lange termijn?

De combinatie van deze twee vragen vormt input voor het bepalen van mogelijke configuraties van maatregelen, behoeften en te verwachten effecten. Om de vragen te beantwoorden voert het lectoraat nieuwe arbeidsverhoudingen samen met haar consortiumpartners case studie onderzoek uit bij 11 MKB bedrijven in de regio Flevoland. Op basis van zowel kwalitatieve als kwantitatieve data worden een instrumentarium ontwikkeld die het keuzeproces bij MKB-bedrijven faciliteren.

Eindrapportage

Flexibiliteit is één van de pijlers voor Nederlandse bedrijven om concurrerend te kunnen blijven. Dit geldt zeker ook voor bedrijven in Flevoland, waar de economie wordt gedragen door het MKB. Kwalitatief goed én flexibel inzetbaar personeel is essentieel voor organisaties. Dit project richtte zich specifiek op de flexibele inzet van personeel bij MKB bedrijven in Flevoland. De uitdaging voor ondernemers is om een mix aan flexibiliteitmaatregelen te vinden die zowel op korte als lange termijn bijdragen aan betere bedrijfsprestaties en de wendbaarheid van het bedrijf. Daarbij is het belangrijk om zorgvuldig af te wegen welke maatregelen aansluiten bij de eisen vanuit de afzetmarkt, de arbeidsmarkt en het productieproces.
De centrale onderzoeksvraag in dit project was “Welke determinanten uit de praktijk van het MKB (markt, productieproces, arbeidsmarkt) bepalen de geschiktheid van de mix van flexibiliteitmaatregelen en wat zijn de effecten van deze mix van flexibiliteitmaatregelen voor bedrijf en haar personeel op korte en lange termijn? Om deze vragen te beantwoorden zijn bij 11 bedrijven de determinanten van de flexbehoefte, de daarbij passende mix aan flexibiliteitmaatregelen en de te verwachte effecten uitgewerkt. In deze case studies zijn per bedrijf een survey, interviews en twee focusgroepen gehouden en bedrijfsgegevens verzameld. In totaal zijn 37 interviews en 788 quotes gecodeerd en geanalyseerd met behulp van Atlas. Na de case studies is bij 2 nieuwe bedrijven getest of het instrument dat op basis hiervan is ontwikkeld als self-assessment instrument kan worden ingezet.
Uit de resultaten blijkt onder meer het volgende:
De flexibiliteitsbehoefte van de bedrijven in dit project kan op basis van variaties in volume en producten worden verdeeld in 4 typen flexibiliteitsbehoefte, die elk andere maatregelen vragen.
In het algemeen geldt dat MKB-bedrijven vooralsnog vooral de basismaatregelen toepassen als het gaat om flexibiliteitsmaatregelen. Tegelijk wordt vaak ad hoc gereageerd en er wordt onvoldoende ingezet op het wegnemen van de oorzaken van de flexibiliteitsbehoefte. Men treedt bijvoorbeeld weinig in overleg met klanten over de levertijd en de haalbaarheid daarvan. De belangrijkste aanbeveling voor de MKB-bedrijven is dat er werk gemaakt moet worden van het flex-ABC: A: begin met het dempen van de flexibiliteitsbehoefte door een passende marktstrategie en intensief overleg met klanten; B: professionaliseer de werkprocessen, alsmede de management- en HR-processen, ofwel zorg dat de basis op orde is; C: en kies tenslotte een passende mix aan personele flexibiliteitsmaatregelen. Op deze manier groeit de flexibele inzet van personeel qua karakter van ad hoc en korte termijn gericht, naar een meer duurzaam en lange termijn strategie. In de praktijk bleek echter vaak dat deelnemende bedrijven de omgekeerde volgorde hanteerden, beginnend met personele flexmaatregelen.